Bowling
Bowling is een toegankelijke en uitdagende sport voor jong en oud. Het doel lijkt eenvoudig: met een bowlingbal zoveel mogelijk pins omgooien. Toch komt er veel meer bij kijken dan alleen hard gooien. Techniek, nauwkeurigheid, materiaalkeuze en het lezen van de baan spelen allemaal een belangrijke rol.
Het doel van het spel
Een bowlingwedstrijd bestaat normaal gesproken uit tien beurten, ook wel frames genoemd. In ieder frame probeert de speler tien pins om te gooien.
Meestal krijgt een speler per frame maximaal twee worpen. Worden alle tien pins met de eerste worp omgegooid, dan is er sprake van een strike. Zijn daarvoor twee worpen nodig, dan heet dat een spare.
In het tiende frame kan een speler extra worpen verdienen:
- bij een strike: twee extra worpen;
- bij een spare: één extra worp.
De hoogst mogelijke score in één game is 300 punten. Daarvoor moeten twaalf strikes achter elkaar worden gegooid.
De puntentelling
De score bij bowling wordt als volgt berekend:
Open frame
Wanneer niet alle pins worden omgegooid, worden alleen de omgegooide pins bij elkaar opgeteld. Voorbeeld: eerste worp 6 pins, tweede worp 2 pins, score van het frame: 8 punten.
Spare
Bij een spare worden tien punten geteld, plus het aantal pins van de eerstvolgende worp. Voorbeeld: eerste worp 7 pins, tweede worp 3 pins, volgende worp 8 pins, score van het spareframe: 18 punten.
Strike
Bij een strike worden tien punten geteld, plus het aantal pins van de volgende twee worpen. Voorbeeld: strike, volgende worpen 7 en 2 pins, score van het strikeframe: 19 punten.
Hierdoor kunnen strikes en spares een groot verschil maken in de eindscore.
De bowlingbaan
Een bowlingbaan is ongeveer 18 meter lang, gemeten vanaf de foutlijn tot de voorste pin. Op de baan zijn markeringen aangebracht die spelers helpen bij het richten.
De baan is voorzien van een dunne laag olie. Die olie beschermt de baan, maar beïnvloedt ook het gedrag van de bowlingbal. Een bal kan daardoor eerst relatief recht doorglijden en later sterker afbuigen.
De verdeling van de olie wordt het oliepatroon genoemd. Niet iedere bowlingbaan of wedstrijd gebruikt hetzelfde patroon. Ervaren bowlers passen daarom hun positie, snelheid, speelrichting en materiaal aan de baancondities aan.
De pins
De tien pins staan opgesteld in een driehoek. De voorste pin wordt de headpin genoemd en heeft nummer 1.
De overige pins zijn genummerd van 2 tot en met 10. Rechtshandige spelers proberen bij hun eerste worp vaak de ruimte tussen pin 1 en pin 3 te raken. Linkshandige spelers richten meestal op de ruimte tussen pin 1 en pin 2. Deze zone wordt de pocket genoemd.
Een goede pocket-hit vergroot de kans op een strike.
Bowlingballen
Bowlingballen zijn verkrijgbaar in verschillende gewichten en materialen. Een bal mag maximaal 16 Engelse pond wegen, ongeveer 7,26 kilogram.
Recreatieve spelers gebruiken vaak een huisbal van het bowlingcentrum. Wedstrijdbowlers hebben meestal een eigen bal die speciaal op hun hand is geboord.
Er zijn verschillende soorten bowlingballen:
- polyesterballen, die vrijwel recht doorgaan en vaak voor spares worden gebruikt;
- urethane ballen, die een gecontroleerde en gelijkmatige beweging maken;
- reactive-resin ballen, die meer grip op de baan hebben en sterker kunnen haken.
De juiste balkeuze hangt onder andere af van de baanconditie, de worpsnelheid en de draaibeweging van de speler.
Belangrijke bowlingtermen
Een aantal veelgebruikte termen:
| Term | Betekenis |
|---|---|
| Strike | Alle tien pins worden met de eerste worp omgegooid. |
| Spare | Alle tien pins worden binnen twee worpen omgegooid. |
| Split | Na de eerste worp blijven twee of meer pins ver uit elkaar staan, terwijl de voorste pin is omgegooid. |
| Gutterball | De bal belandt in de goot en raakt geen pins. |
| De ideale raakzone tussen pin 1 en 3 voor een rechtshandige speler, of tussen pin 1 en 2 voor een linkshandige speler. | |
| Hook | De zijwaartse beweging van de bal richting de pins. |
| Approach | Het gedeelte voor de foutlijn waar de speler de aanloop maakt. |
| Foul | De speler raakt of passeert tijdens de worp de foutlijn. De omgegooide pins tellen dan niet. |
Techniek
Een goede bowlingworp bestaat uit meerdere onderdelen:
- een rustige en gecontroleerde aanloop;
- een ontspannen armswing;
- een stabiele houding;
- een goede timing;
- een gecontroleerde loslaatbeweging;
- het volgen van de worp met arm en lichaam.
Beginnende spelers hebben vaak de neiging de bal te hard te gooien. Nauwkeurigheid en herhaalbaarheid zijn meestal belangrijker dan snelheid.
Bowling als wedstrijdsport
Bowling kan recreatief worden gespeeld, maar is ook een volwaardige wedstrijdsport. Spelers kunnen deelnemen aan huisleagues, verenigingstoernooien en regionale of landelijke competities.
Bij een league worden meestal meerdere games per speelavond gespeeld. De scores kunnen individueel en per team worden bijgehouden. Soms wordt gewerkt met een handicapsysteem, zodat spelers van verschillende niveaus eerlijker tegen elkaar kunnen spelen.
Voor iedereen
Bowling is geschikt voor vrijwel iedere leeftijd en ieder niveau. Beginnende spelers kunnen snel meedoen, terwijl ervaren spelers zich jarenlang kunnen blijven ontwikkelen.
Juist de combinatie van techniek, tactiek, concentratie en gezelligheid maakt bowling tot een sport die eenvoudig te leren, maar moeilijk volledig te beheersen is.